‘Wil jij even gaan kijken…of hij nog ademt’
Het sneeuwt, wat een bijzondere avond om nu te gaan waken. Zo vredig! De deur wordt open gedaan door Mevr. Het eerste wat zij zegt... welkom, wat een bijzondere avond he? Het sneeuwt zo hard, alles ziet er veel mooier uit nu. In de kamer zit een dierbare vriend van meneer, zichtbaar aangeslagen door het grote verdriet wat hij voelt. We staan aan het bed van meneer en mevrouw begint haar verhaal/overdracht. Ik vraag haar of we even in de kamer zullen gaan zitten, zodat meneer ons niet kan horen praten 'over hem'. Maar hij is al heel ver weg, zegt mevrouw, hij hoort ons toch niet. Ik geef aan dat we dat niet zeker weten, of hij ons kan horen. Wel geef ik aan dat, als ik haar was, niet naar bed zou gaan, omdat ik het idee heb dat het niet meer zo lang zou duren.